Uitdagingen bij het behalen van chirurgische doelstellingen #
Wanneer naar de lange termijn doelstelling van invasieve chirurgische interventies wordt gekeken, blijken een volledige terugkeer van functionaliteit en (arbeids-)participatie in de samenleving, zelfs na 1 of 2 jaar niet vanzelfsprekend. Ook in de diergeneeskunde geven studies duidelijk aan, dat de chirurgische doelstellingen bij een behoorlijk groot deel van de geopereerde patiënten niet volledig wordt bereikt. Zo is bij de chirurgische behandelingen van knie-instabiliteit en pijn bij honden, ruim 1/3 van de honden na 2 jaar niet pijnvrij is en het gebruik van het gewricht belemmerd door chronische (post)operatieve pijn en geassocieerde functiebeperkingen.
Uiteraard wordt er vanuit de chirurgische disciplines hard gewerkt om de chirurgische behandelingen te verfijnen en patiënten goed te selecteren voor de verschillende mogelijke chirurgische behandelingen om op die manier het succespercentage en het behalen van zoveel mogelijke beoogde chirurgische doelstellingen bij patiënten op korte en lange termijn te verwezenlijken. Maar dit heeft nog niet geleid tot substantiële verbeteringen in het percentage patiënten, welke na 6 maanden of 2 jaar weer (bijna) pijnvrij optimaal functieherstel kennen.
Een frisse blik op het probleem vanuit een andere discipline en de inzet van een multidisciplinaire benadering zijn krachtige tools om klinische vraagstukken te “ontleden in factoren” en nieuwe oplossingsrichtingen te verkennen en te bewandelen.
Pre-existente pijn: een onderschatte factor in het he #
Uitdagingen bij het behalen van chirurgische doelstellingen
Wanneer naar de lange termijn doelstelling van invasieve chirurgische interventies wordt gekeken, blijken een volledige terugkeer van functionaliteit en (arbeids-)participatie in de samenleving, zelfs na 1 of 2 jaar niet vanzelfsprekend. Ook in de diergeneeskunde geven studies duidelijk aan, dat de chirurgische doelstellingen bij een behoorlijk groot deel van de geopereerde patiënten niet volledig wordt bereikt. Zo is bij de chirurgische behandelingen van knie-instabiliteit en pijn bij honden, ruim 1/3 van de honden na 2 jaar niet pijnvrij is en het gebruik van het gewricht belemmerd door chronische (post)operatieve pijn en geassocieerde functiebeperkingen.
Uiteraard wordt er vanuit de chirurgische disciplines hard gewerkt om de chirurgische behandelingen te verfijnen en patiënten goed te selecteren voor de verschillende mogelijke chirurgische behandelingen om op die manier het succespercentage en het behalen van zoveel mogelijke beoogde chirurgische doelstellingen bij patiënten op korte en lange termijn te verwezenlijken. Maar dit heeft nog niet geleid tot substantiële verbeteringen in het percentage patiënten, welke na 6 maanden of 2 jaar weer (bijna) pijnvrij optimaal functieherstel kennen.
Een frisse blik op het probleem vanuit een andere discipline en de inzet van een multidisciplinaire benadering zijn krachtige tools om klinische vraagstukken te “ontleden in factoren” en nieuwe oplossingsrichtingen te verkennen en te bewandelen.
Pre-existente pijn: een onderschatte factor in het herstelproces
Vanuit de ervaringen met anesthesiologische/pijn-specialistische prehabilitatie (optimaliseren van fitness voor narcose en goed dekkend pijnmanagement vóór de geplande ingreep) en postoperatieve specialistisch (chronisch) pijnmanagement begeleiding, komt een mogelijk impactvolle factor boven drijven met betrekking tot het maximaliseren van de beoogde chirurgische doelstellingen op middellange en lange termijn: de aanwezigheid en intensiteit en aard van pre-existente pijn. Dit mogelijk dus ook echt onafhankelijk van het verzorgen van passend en dekkend specialistisch begeleid postoperatief pijnmanagement.
Zowel bij mensen als dieren blijken onvoldoende afname of zelf toename van de ervaren pijn na chirurgische interventie op korte en middellange termijn een belangrijke factor bij het niet volhouden van een optimaal revalidatieproces en het daarmee uitblijven van een maximaal haalbaar eindresultaat.
Vanuit de geneeskunde is al veel langer bekend, dat het hebben van forse (bewegings-) pijn vóór onder andere een knie of rugoperatie een robuste en onafhankelijke risicofactor is voor veel meer pijn na de operatie, en daarmee voor duidelijke risico’s op een minder optimaal of zelfs niet succesvol revalidatieproces.
Er zijn -zeker in de diergeneeskundige literatuur- nauwelijks tot geen interventionele studies gepubliceerd over het effect op postoperatieve uitkomst (langere termijn) van vóóraf adequaat adresseren van pre-existente pijn met multi-modaal pijnmanagement.
Wel zijn er vanuit pijn pathobiologie (sensitisatie, maladaptatie, chronificatie van pijn) en klinische casuïstiek bij op de SDU door anesthesioloog/pijnspecialist begeleide behandelingstrajecten [waarbij de patiënt dezelfde ingreep ook aan de andere poot onderging en pre-existente pijn verschillend en niet altijd juist bij de tweede operatie meer dekkend werd benaderd] wel sterke aanwijzingen, dat het inventariseren van pre-existente pijn en deze meer effectief onder controle brengen vóórdat er chirurgisch weefseltrauma volgt, het door client gewaardeerde revalidatietraject en behandelresultaat duidelijk ten goede komt.
De deelnemers aan deze bijeenkomst zijn geïnformeerd over hoe belangrijk het in kaart brengen van pre-existente pijn vóór een (geplande) operatie kan zijn en zijn meegenomen in de pathobiologische onderbouwing én concrete casuïstiek wat betreft de mogelijke voordelen voor dier, eigenaar en zorgprofessional van pre-existente pijn meer dekkend behandelen tot aan de operatie. Met een levendige vragensessie en praktische tips hoe dit in de eigen praktijkvoering vorm te geven zijn de deelnemers na een afsluitende borrel weer huiswaarts gegaan.
rstelproces #