rennende hond

Hartproblemen hond: de hartaandoeningen op een rij

Er bestaan verschillende soorten hartaandoeningen bij honden. Hartproblemen kunnen leiden tot hartfalen.

De hartproblemen op een rijtje.

Hoe werkt het hart van de hond

Het hart is een heel belangrijk en ingewikkeld orgaan dat niet alleen bloed rond pompt om zuurstof te leveren, maar ook bepaalde stofjes produceert en de bloeddruk op peil houdt.

Het hart bestaat uit een linker kamer (ventrikel), een rechter kamer, een linker boezem (atrium) en een rechter boezem. Tussen de kamers en de boezems zitten kleppen. Links de mitraliskleppen en rechts de tricuspidaliskleppen.

In de linker boezem komt zuurstofrijk bloed binnen vanuit de longen. Dit bloed wordt door de linker kamer via de aorta naar het hele lichaam gepompt om zuurstof rond te brengen.

In de rechter boezem komt zuurstofarm bloed binnen vanuit het hele lichaam. Dit bloed wordt door de rechter kamer via de longslagader naar de longen gepompt om zuurstof op te halen. De samentrekking van het hart wordt door een soort ingebouwde pacemaker geregeld. Deze bevindt zich in de rechter boezem.

Hartproblemen bij honden

Hartproblemen bij de hond zijn niet te vergelijken met hartproblemen bij de mens. Bij de mens beginnen problemen over het algemeen in de vaten die dichtslibben en een infarct veroorzaken. Honden krijgen gelukkig zelden een hartaanval, maar hebben wel weer andere problemen.

Honden kunnen ook op latere leeftijd problemen krijgen aan hun hart. De meest voorkomende verkregen hartproblemen bij de hond worden veroorzaakt door de hartkleppen (ook wel bekend onder de naam ‘klepinsufficiëntie’ of ‘endocardiose’) of de hartspier (gedilateerde cardiomyopathie).

Symptomen hartproblemen hond

Als uw hond een hartaandoening heeft, wil dit lang niet altijd zeggen dat het dier hier ook last van heeft.

In de mildste vorm kan het zo zijn dat bij de jaarlijkse gezondheidscontrole een hartruisje wordt vastgesteld door de dierenarts. Dit hoeft niets ernstigs te betekenen als het dier zich verder goed voelt maar is wel altijd reden waakzaam te zijn.

Hartproblemen zijn te herkennen aan de volgende symptomen:

Herkent u één of meerdere van bovenstaande symptomen, bel dan uw dierenarts. Een gespecialiseerde cardioloog zal dan naar het hart van uw hond kijken.

Lees ook: heeft mijn hond koorts?

Hondenrassen met hartproblemen

Een aantal hondenrassen hebben een verhoogd risico op hartproblemen.

Kleine hondenrassen

Bij de kleintjes zijn met name de cavalier King Charles-spaniëls vrijwel allemaal op den duur behept met een hartprobleem.

Verder zien we veel teckels (dashonden), Jack Russel terriërs, dwerg poedels en chihuahua’s die op oudere leeftijd hartproblemen krijgen door lekkende hartkleppen.

De kleppen horen bij iedere samentrekking van het hart af te sluiten zodat het bloed niet de verkeerde kant op kan stromen.

Grote hondenrassen

Bij de grote honden zijn vooral de dobermanns, de Duitse doggen en de new foundlanders de rassen met hartproblemen.

Bij deze honden is het een afwijking van de hartspier die ervoor zorgt dat het hart wijd en slap wordt en niet meer goed kan functioneren.

Diagnose hartproblemen hond

Om het hart grondig te onderzoeken wordt uw hond eerst volledig lichamelijk onderzocht.

Door te luisteren met een stethoscoop kan het geluid dat het hart maakt door het rondpompen van bloed worden beoordeeld. Er kan dan een abnormaal hartritme of een hartruis worden gehoord.

Als er een hartruis wordt gehoord, kan dat betekenen dat de hond een hartaandoening heeft, maar dat betekent nog niet dat hij hier ook last van heeft.

Een hartruis ontstaat door lekkende kleppen of vernauwingen in bloedvaten. De afwijkende bloedstroom is dan hoorbaar. Een abnormaal hartritme kan worden veroorzaakt door een afwijking in de elektrische aansturing van de hartspier.

Afhankelijk van de symptomen maakt de arts voor zijn onderzoek gebruik van:

Preventie bij hartproblemen

Als u geen risico wilt lopen, laat dan één keer per jaar een gezondheidscontrole bij uw hond verrichten. Ook kunt u zelf de snelheid van de ademhaling van uw hond tellen. Een normale ademhaling in rust is 30 keer of minder per minuut.

Als er een vergroot hart op de röntgenfoto te zien is, bestaan er zinvolle behandelingen die de levensduur van de hond kunnen verlengen.

Verder kan het zinvol zijn om, met name bij dobermanns, vanaf de leeftijd van vijf jaar een bloedtest te doen om te zien of de hartwaarden afwijkend gaan worden. Als dit het geval is, is het absoluut levensverlengend om tijdig met medicatie te starten, ook voordat er symptomen optreden.

Te doen bij klachten

Zodra uw hond klachten heeft, is het belangrijk samen met uw dierenarts een zorgvuldig behandelplan op te stellen en regelmatige controles uit te voeren.

Warm weer

Warmte verdragen hartpatiënten heel slecht. Het is daarom zinvol om met warm weer uw hond te helpen door bijvoorbeeld het korthouden van een dikke vacht (de buik scheren helpt al enorm) en het zorgen voor koele plekjes om te rusten.

Lees ook: Voorkom oververhitting bij honden

Verschillende soorten hartaandoeningen

Een hartafwijking bij honden heeft verschillende oorzaken. Het is aangeboren of ontwikkelt zich in de loop der jaren, ook wel verworven genoemd.

Dilatatieve cardiomyopathie (DCM)

Bij dilatatieve cardiomyopathie (DCM) is het hart van de hond vergroot. Dit is een veel voorkomende hartziekte bij honden. De linker hartkamer trekt niet goed samen door een verzwakte hartspier. Het hart kan minder krachtig kloppen en er komt minder bloed in de bloedvaten.

Het lichaam van de hond reageert hierop door de bloedvaten een beetje dicht te knijpen, zodat de bloeddruk op peil blijft. Hierdoor moet het hart echter nog harder werken. Deze vicieuze cirkel kan alleen via medicatie doorbroken worden.

Als de symptomen eenmaal zichtbaar zijn en ernstiger worden is de prognose slecht, vaak gaat de hond dan binnen twee jaar dood. Met name honden van grote rassen hebben risico op DCM.

Myxomateuze klepdegeneratie (MKD)

Myxomateuze klepdegeneratie (MKD) is de meest voorkomende hartziekte bij honden van kleine rassen of kleine kruisingen.

Het betreft het achteruitgaan van de hartklep tussen de (meestal) linkerboezem en linkerkamer. De kleppen sluiten hierdoor minder goed op elkaar aan, waardoor een lekkage ontstaat.

De linkerzijde van het hart vergroot om de lekkage te compenseren. De hond wordt op termijn sneller moe en uiteindelijk kan zich vocht ophopen in de longen. De hond ademt dan sneller.

De ziekte komt pas op latere leeftijd tot uiting en is niet te genezen. In het geval van hartfalen kan de kwaliteit van leven wel verbeterd worden met medicatie.

Wel kleplekkage, geen vergroot hart? Medicatie kan de klachten met 15 maanden uitstellen

Tegenwoordig kan door het geven van medicatie bij honden met een vergroot hart, maar zonder klachten (dus nog geen hartfalen) het ontstaan van klachten met gemiddeld 15 maanden uitgesteld worden!

Dus, de hond komt binnen met een hartruis (door kleplekkage), vervolgens wordt met een röntgenfoto en/of een echo gekeken of er sprake is van een vergroot hart. Is er wel een kleplekkage, maar nog geen vergroot hart zichtbaar? Dan is het zaak de hond jaarlijks te monitoren.

Zodra er een vergroting zichtbaar wordt kan direct gestart worden met de medicatie. Honden die geen last van de aandoening hebben kunnen een normaal leven leiden en probleemloos oud worden.

Ventrikelseptumdefect (VSD)

Een gaatje in het tussenschot (het septum) van de twee hartkamers (ventrikels). Ook wel Ventrikelseptumdefect (VSD) genoemd.

Dit is een aangeboren afwijking waarbij het bloed van de linker hartkamer naar de rechter hartkamer stroomt. Het bloed stroomt direct via de longen de linker boezem in.

Hierdoor is er overbelasting van het linkerdeel van het hart en van de longcirculatie. Dit kan weer leiden tot hoge bloeddruk in de longcirculatie en stuwingsverschijnselen, wat vocht op de longen veroorzaakt.

VSD is als 'overloop' zichtbaar in het midden. 

VSD is iets ander dan ASD (Atriumseptumdefect), waarbij er een gaatje zit in de scheidingswand van de boezems van het hart. Kleine ASD’s en VSD’s leiden meestal niet tot problemen.

Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie

Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopataie (ARVC) is een hartspierziekte. Dit is een erfelijke aandoening waarbij spierweefsel voor een deel in vet of bindweefsel verandert. Dit veroorzaakt hartritmestoornissen.

Klepdysplasie

Aangeboren afwijkende stand van de hartklep (klepdysplasie), ook wel Mitralisklepdysplasie en Tricuspidalisklepdysplasie genoemd.

Dit veroorzaakt een lek van de afwijkende klep. In tegenstelling tot MKD, waarbij de klepafwijking in het loop van het leven van een hond kan ontstaan, is klepdysplasie aangeboren.

Een gedeelte van het bloed dat eigenlijk weggepompt moet worden lekt door de lekkende klep terug naar de boezem. Met stuwing en vochtophoping in de longen of buik als mogelijk gevolg.

Hierbij is normaliter een hartruis te horen door het lekkende bloed. De aandoening is te opereren, maar op dit moment gebeurt dit alleen nog in Japan en Versailles.

Aortastenose en Pulmonalisstenose

Vernauwing in de Aorta (lichaamsslagader) of longslagader. Ook wel Aortastenose en Pulmonalisstenose genoemd. Dit is de meest voorkomende aangeboren hartaandoening bij een hond, waarbij het hart harder moet pompen om het bloed door het lichaam te pompen. Door de vernauwing, en daardoor verhoogde bloedstroomsnelheid, ontstaat er hartruis.

Bij een milde stenose blijft het dier normaalgesproken levenslang klachtenvrij, maar bij een ernstige stenose leidt dit vaak tot flauwtes, slecht uithoudingsvermogen en plotselinge dood. Soms zelfs zonder symptomen.

Persisterende Ductus Arteriosus (PDA)

Ook wel Persisterende Ductus Arteriosus van botalli (PDAB) genoemd. Dit is een aangeboren afwijking, waarbij het bloedvat tussen longslagader en lichaamsslagader niet is gesloten na de geboorte.

Dit kan hartfalen veroorzaken. Een ductus moet voor de zekerheid gesloten worden, of het nou om een kleine of grote opening gaat.

Behandeling hartafwijking

De behandeling van hartproblemen bij de hond verschilt per hartaandoening. Een hartafwijking kan soms verholpen worden met een ingreep.

Dit hoeft niet altijd een zware operatie te zijn, maar de ingreep is meestal wel risicovol en de mogelijkheid tot rustig herstel van de hond is belangrijk. Een ingreep gebeurt onder andere bij een PDA en bij problemen met de longslagader.

Bij een PDA wordt de ductus gesloten en is de hartaandoening voor 100 procent verholpen. Een probleem met de longslagader kan maar deels verholpen worden: een grote vernauwing kan verminderd worden, maar niet helemaal weggenomen.

Bij een kleine vernauwing is helemaal geen ingreep nodig, de hond heeft dan een normale levensverwachting en kan een normaal leven leiden. Als er in het geval van een kleine vernauwing wel veel klachten zijn, is er helaas niet veel aan te doen.

Niet altijd een operatie nodig

Niet alle hartproblemen kunnen of hoeven met een hartoperatie verholpen te worden. Voor veel hartafwijkingen zijn er ook medicijnen. Wat voor type medicijn en de hoeveelheid verschilt per hond.

Als uw hond medicijnen krijgt voorgeschreven, dan moet het regelmatig op controle komen. Als de situatie van uw hond verslechtert, dan krijgt het nieuwe of extra medicijnen voorgeschreven.

In sommige gevallen is er niks aan de hartaandoening te doen en kunnen alleen symptomen behandeld worden, bijvoorbeeld plaspillen om vochtophoping te verhelpen.

Hond met hartproblemen laten inslapen?

De levensverwachting voor honden met een hartaandoening is heel verschillend en kan gunstig zijn, zolang de hond geen klachten ervaart.

Zodra er sprake is van hartfalen is de prognose vaak wel slecht. Hartfalen kan namelijk helaas heel ernstig zijn. Zo ernstig dat uw hond misschien niet langer een goed leven kan hebben.

In zo’n situatie adviseert uw dierenarts soms om uw hond in te laten slapen, zodat uw hond minder hoeft te lijden.

Vragen of advies

Heeft u het idee dat uw hond last zou kunnen hebben van hartproblemen? Neem dan contact op met uw dierenarts. Deze kan u meer informatie geven over de verschillende soorten hartproblemen en over de mogelijke behandelingen.

Neem contact op met een dierenarts

Ziet u symptomen in dit artikel terug bij uw dier? Maak een afspraak bij een kliniek. Een dierenarts kan beoordelen of behandeling nodig is.

Vind uw kliniek