groeistoornis hond

Groeistoornissen bij hond

Groeistoornissen komen vaak voor bij jonge honden in Nederland. Meestal gaat het om een erfelijke aandoening, maar de ernst van de verschijnselen wordt door veel factoren beïnvloed.

Symptomen herkennen 

Een goed geïnformeerde eigenaar kan zijn hond beter begeleiden en voorziet de dierenarts(assistente) van meer en betere informatie over de patiënt. Nog belangrijker is dat een goed geïnformeerde eigenaar de symptomen van een groeistoornis in een vroeger stadium zal kunnen waarnemen waardoor de vooruitzichten voor de hond sterk verbeteren. Groeistoornissen kunnen voor blijvende klachten zorgen, maar een optimale begeleiding en behandeling van de patiënt leiden tot een betere levenskwaliteit van de patiënt op termijn.

Steeds meer rassen worden in hun groeiperiode getroffen door zogenoemde groeistoornissen. Meestal zijn de pups van grote rassen het slachtoffer, maar we zien ook regelmatig groeistoornissen bij pups van kleine rassen. De gedachte dat grootte niet alleen een bepalende factor is, wordt ook ondersteund door het feit dat er diverse grote rassen zijn die niet of in mindere mate getroffen worden door groeistoornissen. Bij veel rassen zijn inmiddels erfelijke factoren aangetoond, dat verklaart ook het feit dat de problemen bij sommige rassen met een geringe fokbasis (slechts een beperkt aantal dieren van dat ras die aan de fok deel (kunnen) nemen) behoorlijke vormen aannemen.

Ook kruisingen zijn niet veilig, zeker niet indien de ouderdieren tot rassen behoren waarbij groeistoornissen kunnen voorkomen.

Wat zijn groeistoornissen?

In grote lijnen komt het erop neer dat in de groeifase (bij zeer grote rassen kan de hoogtegroei tot 15 maanden duren) storingen kunnen ontstaan in het proces van botvorming en of gewrichtsontwikkeling. Deze storingen kunnen leiden tot gewrichtsproblemen, botproblemen en / of kreupelheden. Vaak worden verschillende aandoeningen onder één noemer geschaard zoals heupdysplasie (HD) of elleboogdysplasie (ED). Helaas is het zo dat deze aandoeningen vaak symmetrisch voorkomen, bijvoorbeeld aan beide ellebogen. De hond is dan soms niet zichtbaar kreupel waardoor het risico ontstaat dat de aandoening niet of te laat wordt ontdekt.

Er wordt soms gesproken over groeipijnen. Dit is alleen niet de juiste benaming. Niet alle groeistoornissen gaan gepaard met pijn en het wekt de suggestie dat pijnstilling een juiste behandeling zou zijn.

Hoe ontstaan groeistoornissen?

Voor de groeistoornissen behorende tot de groep die ED veroorzaakt en HD is de erfelijkheid bewezen. Voor de groeistoornis genaamd “enostosis” is de erfelijkheid nog niet 100% aangetoond, maar wordt door het zeer specifieke voorkomen bij enkele rassen erfelijk gedacht totdat het tegendeel wordt bewezen.

Enostosis (groeipijn). Dit komt voor in de lange pijpbeenderen.

Kortom, op het moment dat u een pup aanschaft ligt al in de genen opgesloten of de pup een groeistoornis kan ontwikkelen. Heeft hij de aanleg niet dan zal er ook geen groeistoornis tot stand komen. Heeft hij de aanleg wel dan moet blijken of de stoornis tot uiting komt.

Dieren met slechts een lichte neiging tot groeistoornis kunnen hier meer last van krijgen bij onjuiste voeding en/of beweging. Daartegenover staat dat lichte gevallen met de juiste voeding en beweging zonder problemen op kunnen groeien.
Dieren die een sterke aanleg hebben voor de groeistoornis zullen deze ontwikkelen, ook al doet de baas nog zo zijn best.

Wat zijn de gevolgen van groeistoornissen?

Sommige groeistoornissen verdwijnen na behandeling volledig zonder blijvende gevolgen of gevolgen op de langere termijn. Andere veroorzaken gewrichts- of botschade die van blijvende aard kan zijn. Het meest voorkomende gevolg is artrose, een voortschrijdende beschadiging van gewrichten die pijn, stijfheid en verlies van functie veroorzaakt. Alle behandelingen moeten er dan ook op gericht zijn om in een vroeg stadium tot een exacte diagnose te komen zodat de meest succesvolle therapie op het juiste tijdstip ingezet kan worden. Niet zelden is een operatie de enige oplossing en moet de eigenaar doorverwezen worden naar een dierenarts met ruime ervaring op dit specifieke gebied.

Botvernieuwing door artrose bij de knie van een hond.

Kreupelheid bij de pup

Als een pup kreupel is, moet de eigenaar dat niet langer dan twee dagen aanzien. Daarna moet hij beslist naar de dierenarts gaan die de pup moet onderzoeken.

Pups zijn zeer regelmatig kreupel. De eigenaar gaat op het voetje staan, ze verstappen zich, komen ergens tussen met het voetje door onverstandige nieuwsgierigheid, enzovoorts. Deze lichte kneuzingen gaan meestal met een dag of 2 weer vanzelf over. Als de oorzaak van de kreupelheid ernstiger is zoals bij een luxatie (gewricht uit de kom), een breuk of een groeistoornis dan zal de kreupelheid aanhouden en is nadere diagnostiek gewenst.

Er mag voor maximaal één week een symptomatische therapie voorgeschreven worden als er bij een eerste handmatig onderzoek door de dierenarts geen duidelijke afwijkingen worden gevonden. Als de kreupelheid dan nog aanhoudt, moet de diagnose met zekerheid gesteld worden door nader onderzoek met bijvoorbeeld röntgenfoto’s. Zo gaat er geen kostbare tijd verloren, die ten koste zou kunnen gaan van het succes van de behandeling.

Het maken van röntgenfoto’s op jonge leeftijd dient bij verdenking op ED of HD voor goede en complete resultaten bij voorkeur onder sedatie te geschieden. De gekozen middelen en dosering dienen aangepast te worden aan leeftijd en mogelijke rasspecifieke eigenschappen.

Kreupelheid bij groeistoornissen van de elleboog (ED)

Als een pup last krijgt van een groeistoornis in de elleboog dan ontstaan de klachten meestal tussen de vierde en negenste levensmaand. Het dier kan tijdens het lopen gaan doorzakken (“vallen”) op één poot, het hoofd beweegt dan plotseling naar beneden. Als het dier valt op de rechtervoorpoot dan is hij linksvoor kreupel. Met deze plotselinge stap op rechts gaat uw hoofd mee en ontstaat de vallende beweging.

Ook kunnen deze dieren de zogenaamde startkreupelheid vertonen: na een lange tijd liggen lopen ze wat stijf en of kreupel na het overeind komen en na enige tijd verdwijnt deze stijfheid grotendeels of geheel. Vaak is ook het wijzen met een voet, het naar buiten draaien ervan, een eerste aanwijzing. Dit moet niet verward worden met de Franse stand.

Lastiger wordt het als de dieren de aandoening aan beide ellebogen hebben met vergelijkbare klachten. De dieren lopen dan niet duidelijk kreupel, hoogstens wat stijf of met een kortere pas. Dit is lastiger waar te nemen voor de leek, zeker als deze geen vergelijkingsmateriaal heeft.

Activiteit is niet zelden rasafhankelijk en het vergt dan ook enige ervaring om vast te kunnen stellen dat een jonge hond minder goed beweegt dan dat u zou mogen verwachten.

Elleboog incongruentie: het spaakbeen is te kort en sluit niet goed aan

Elleboog incongruentie: de ellepijp is te kort en sluit niet goed aan

Kreupelheid bij groeistoornissen van de heupen (HD)

Voor heupdysplasie is niet precies een tijdstip aan te geven dat de dieren klachten kunnen gaan vertonen ten gevolge van slechte heupgewrichten. Bepaalde houdingen zeggen niets over het mogelijk wel of niet aanwezig zijn van HD.

Mogelijke vroege symptomen kunnen zijn:

Een bijkomend nadeel van de meestal toegepaste röntgentechniek in Nederland is dat men gebruik maakt van de zogenaamde HDI opname. Met deze opname krijgt men een vertekend en mogelijk te positief beeld van de heupen. Beter is om deze opname te combineren met een zogenaamde PennHip-opname die vooral inzicht geeft in de speling van het heupgewricht.

Heupdysplasie bij de hond met overrekking van gewrichtskapsel.

Kreupelheid is niet altijd het gevolg van pijn

Het is een misvatting om te denken dat kreupel lopen altijd het gevolg is van pijn. Door omstandigheden kan er een lengte verschil optreden tussen twee ledematen met manklopen als gevolg.

Wat u kunt doen bij aanschaf van een pup

U zou een ras kunnen kiezen waarbij de bovengenoemde stoornissen zich nog niet hebben gemanifesteerd. Het is sowieso raadzaam om aan een ervaren kynoloog of een kynologisch geïnteresseerde dierenarts een advies te vragen welk ras het beste bij uw omstandigheden en wensen zou passen. 

Besluit u dan toch een ras te kiezen waarbij HD en/of ED voorkomt, vraag dan naar de onderzoeksresultaten van deze aandoeningen bij de voorouders (ouders, grootouders en liefst ook nog overgrootouders).

Het niet voorkomen van deze aandoeningen bij de voorouderdieren is geen absolute garantie maar de kans dat de groeistoornissen opduiken wordt wel veel kleiner.

Problemen voorkomen

Er is een categorie honden die problemen krijgt ondanks alle goede zorgen en er zijn honden die geen problemen krijgen. De groep die hier tussenin zit is de meest interessante want daar kan de eigenaar een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van groeistoornissen. Er zijn twee zaken waarbij de eigenaar een belangrijke rol speelt:

  1.  De manier van bewegen van de pup
  2.  De voeding van de pup

Door deze twee zaken goed onder controle te houden tijdens de groeifase van de hond vermindert de kans op groeistoornissen bij de hond.

Neem contact op met een dierenarts

Ziet u symptomen in dit artikel terug bij uw dier? Maak een afspraak bij een kliniek. Een dierenarts kan beoordelen of behandeling nodig is.

Vind uw kliniek